| We doen het zelf |
|
Heleen, docent Door Nikki Sterkenburg, geïnspireerd door Zelfsturing door burgers en consumenten (“we doen het zelf”) ![]() Opgewekt trekt Heleen de Bree de deur van haar woning achter zich dicht. Het is nog vroeg, het wordt langzaam licht. Ze klemt haar laptop stevig onder haar arm en loopt richting school. Morgen zit ze precies vijfentwintig jaar in het onderwijs. Ze weet nog niet wat voor verrassing ze krijgt, maar het is duidelijk dat leerlingen en collega-docenten iets bekokstoofd hebben. Ze had niet gedacht dat ze de vijfentwintig jaar zou halen. Eigenlijk had ze haar buik vol van het onderwijs toen een aantal jaar geleden het zoveelste interim-type met het plan op de proppen kan om “de school als maatschappelijke onderneming” om te vormen. Het kwam erop neer dat ze al hun ideeën over het onderwijs los moesten laten. Enkele collega’s stapten op, zelf had ze er ook moeite mee dat haar nieuwe school de vele tweeverdieners in de wijk de mogelijkheid zou bieden hun kinderen van 07:00 tot 19:00 op school te zetten. En ze zag ook niet zo snel voor zich hoe je een school in de wijk kon integreren. Astronaut Ze steekt het pleintje over dat omringd is met bomen, zo meteen zullen de bankjes worden bevolkt door leerlingen. Het schoolgebouw ligt tussen winkels en kantoorpanden. Ze kijkt op haar smartphone wat haar rooster vandaag is. Vanochtend heeft ze eerst buddy-gesprekken met vijf van haar leerlingen, daarna gaat ze met de kookgroep inkopen doen voor de lunch. In de namiddag geeft ze zelf taal. Aan het einde van de dag voert ze voortgangsgesprekken met de zzp’ers en zelfstandigen in de wijk, die via de school gratis werkruimte hebben gekregen in ruil voor huiswerkbegeleiding aan groepen leerlingen. “Juf, ik weet wat ik wil worden!”, zegt de achtjarige Tom enthousiast. “Vertel!”, zegt ze. “Ik wil astronaut worden en ik ga een nieuwe planeet ontdekken!” Heleen kan een glimlach niet onderdrukken. Ze heeft nog nooit een kind ontmoet zonder grenzenloze ambities, wel veel verbitterde en teleurgestelde volwassenen. “Dan moet je nog heel lang naar school Tom,” zegt ze. “Je moet goed kunnen rekenen en later goed zijn in natuurkunde. Veel astronauten zijn vaak piloot geweest bij de luchtmacht, of arts. Ook moet je goed zijn in Engels, heel gezond zijn en goed met andere mensen overweg kunnen.” “Komt helemaal in orde juf!”, zegt hij gedreven. “Kan ik eigenlijk al Engels volgen?” “Je moet wel je best doen bij je eigen taallessen, des te beter kun je straks Engels leren. Maar ik zal juf Judith van Engels vragen of je alvast bij haar in een groep mag.” “Thank you!”, grapt het ventje in het enige Engels dat hij van televisieseries kent. “Wat ga je vanmiddag doen?” Hij scrollt op zijn telefoon. Zo meteen heb ik een voorleesmiddag in het bejaardentehuis, en erna ga ik met meester Hans naar het park voor biologie.” Maatschappelijke onderneming Heleen had aanvankelijk haar twijfels of het wel zou kunnen, de school als maatschappelijke onderneming. Nu blijkt het een zegen. Kinderen lezen in het bejaardentehuis met oudere mensen en houden ze gezelschap, ze runnen zelf de schoolkantine en leren zo basisvaardigheden als koken en inkopen doen, ze krijgen huiswerkbegeleiding van zzp’ers en helpen de buurt schoon te houden. Voor haar is het een verademing dat ze eindelijk minder werkdruk heeft. De tijd die ze per kind kan besteden is toegenomen doordat traditionele klassen zijn afgeschaft. Niet langer wordt een kind als “dom” gezien wanneer het een achterstand heeft, het is dan gewoon nog niet aan dat niveau van taal toe. Onderwijsgroepen worden samengesteld op het niveau dat ze hebben, niet op leeftijd. Daarnaast vervullen kinderen verschillende taken in de wijk, zo lopen ze stage en helpen ze mee bij het draaiende houden van de school. Leren in het echte leven. Lasagne “Wat willen jullie vandaag maken voor de lunch?”, vraagt Heleen aan de kookclub. “Patat!”, roept de zesjarige Danny enthousiast. “Nee,” zegt Kim, die vijf is. “Ik denk dat we velletjes moeten eten.” “Velletjes?”, zegt Heleen met opgetrokken wenkbrauwen. “Daarmee bedoelt ze lasagne,” zegt de twaalfjarige Anna, de oudste van de kookgroep. “Het is lastig om voor een paar honderd kinderen lasagne te maken. Maar we zouden wel pasta kunnen maken, want het is niet goed om altijd maar patat te eten.” Samen met de leerlingen en koks doet ze inkopen, waarbij de leerlingen moeten leren rekenen. Ze kunnen dure producten kopen, maar er is een beperkt budget waardoor ze moeten leren met geld omgaan. Danny en Anna tellen samen het geld bij de caissière. Tussen elf en twaalf bereiden ze de maaltijden. Kim staat woest met kok Chris in de pan met spaghetti te roeren, terwijl een ander kind stiekem nog wat zout bij de saus probeert te doen. In de lunchpauze komen niet alleen medeleerlingen eten, ook mensen uit de kantoren en zelfstandig ondernemers kunnen voor een relatief lage prijs mee eten. Het geld dat dit oplevert, is bestemd voor een schoolreis waarvan leerlingen zelf de bestemming kunnen kiezen. Thuisbasis Na de lunch geeft Heleen taal aan een groep leerlingen in de leeftijd van zeven tot elf. De leerlingen zitten allemaal op hetzelfde niveau, wat het lesgeven makkelijker en efficiënter maakt. Ze legt het principe van “xtc-koffieshop” uit, de nieuwe variant van “ ’t kofschip”. Haar eigen lokaal heeft ze in de vernieuwing op moeten geven, ze geeft nu les in algemene ruimtes die daarnaast door de school verhuurd worden. Gelukkig heeft ze er een eigen werkruimte voor teruggekregen waarin ze gesprekken met leerlingen kan voeren, haar administratie kan doen en ouders kan ontvangen. Dat is fijn, maar ze mist een eigen ruimte die ze met leerlingen kan inrichten als een thuisbasis. Ook is het jammer dat de groepen per schooljaar zo vaak opnieuw ingedeeld worden naar de ontwikkeling van het kind, dat er geen echt klasgevoel meer is. “En? Bevalt het?” “Ja, ik ben er zeer positief over.” Sam is een zzp’er die vier uur per week huiswerkbegeleiding geeft, in ruil voor werkruimte. Op deze manier kunnen kinderen met hun taal- of rekenachterstand geholpen worden. Het werkt, zeker in combinatie met de stages die kinderen doen en het meehelpen in het bejaardentehuis. “Het komt qua tijd wel een lastig uit. Maar ik vind het erg fijn dat ik mijn bijdrage aan de maatschappij kan leveren.” Voldaan sluit ze de deur van haar werkkamer. Wanneer ze de rode loper bij de ingang in de hoek ziet staan, beseft ze zich dat ze morgen alweer vijfentwintig jaar in het vak zit. Met het plezier waarmee ze haar werk nu doet, kan ze nog wel vijfentwintig jaar door, denkt ze glimlachend. |
